Leiderschapsstijl

Download hier de test leiderschapsstijlen

Download hier de scorelijst

 

VRAGENLIJST STIJLEN VAN LEIDINGGEVEN
 

RICHTLIJNEN INVULLEN VRAGENLIJST

 

Hieronder tref je 12 situaties aan. Lees elk van deze beschrijvingen door en veronderstel dat je je in deze situatie bevindt. Denk dan na over wat je onder die omstandigheden zou doen.

Omcirkel de letter van de oplossing die jij zou kiezen. Als de situatie niet precies op jouw vakantie/KTW/logeren van toepassing is, probeer je je zo goed mogelijk in te leven.

Je moet denken aan de omstandigheden, waaronder je verwacht leiding te geven (of wellicht al geeft). Kies wat jij doet (zou doen), niet wat je denkt dat de beste/gewenste keuze is! hét goede antwoord bestaat niet.

Er mag per situatie slechts één letter omcirkeld worden.

Situatie 1

Je vrijwilligers hebben niet gereageerd op je vriendelijke benadering en duidelijke belangstelling in hoe het met hen gaat. Maar “het werk wordt niet meer gezien” en vrijwilligers dreigen wat “laks” te worden.

A.  Je benadrukt dat een Wielewaalvakantie/KTW/logeren een groepsactiviteit is en dat het belangrijk is om allemaal wat te doen.

 

B.   Je stelt je graag beschikbaar om eens hierover te praten.

 

C.  Je bespreekt dit met je vrijwilligers en verdeelt de taken.

 

D.  Je doet je uiterste best om je vooral nergens mee te bemoeien.

 

Situatie 2

Je bent in dag drie van je vakantie/KTW/logeren. De vrijwilligers raken steeds beter op elkaar ingespeeld. Het loopt wel lekker. De vrijwilligers weten wat van hen wordt verwacht en overleggen soms zelfs onderling.

A.  Je gaat vriendelijk met de groep om, maar zorgt er niettemin voor dat iedereen zich bewust blijft van de dingen die er moeten gebeuren om de vakantie/KTW/logeren goed te laten draaien.

 

B.   Je neemt geen uitgesproken maatregelen.

 

C.  Je doet alles wat in je vermogen ligt om de vrijwilligersgroep een gevoel van belangrijkheid te geven en geïnteresseerd te houden.

 

D.  Het blijven natuurlijk wel eerstejaars vrijwilligers, dus je benadrukt het belang van dat iedereen zijn naam invult op het corveerooster van die dag en je controleert of de WC’s zijn schoongemaakt.

 

 

VRAGENLIJST STIJLEN VAN LEIDINGGEVEN

Situatie 3

Er is een probleem ontstaan in de groep vrijwilligers. Zelf zien de vrijwilligers geen kans meer om het probleem op te lossen. Je hebt je hier niet mee bemoeid. Het werk en de samenwerking tussen de vrijwilligers was daarvoor immers goed.

 

A.  Als reisleider/recreatieleider schakel je de hele groep in en richt je samen met hen op het probleem.

 

B.   Als reisleider/recreatieleider vertel je de groep het zelf op zoek te gaan naar de oorzaak van het probleem en op te lossen.

 

C.   Als reisleider/recreatieleider treedt je op door te corrigeren en bij te sturen.

 

D.  Als reisleider/recreatieleider moedig je de groep aan om aan het probleem te werken en ondersteunt hun inspanningen.

 

 

Situatie 4

Je overweegt een verandering in het dagprogramma/dagthema omdat het weer de komende dagen verandert. Je vrijwilligers zijn uitstekend, ze hebben begrip voor de noodzaak van de verandering.

 

A.  Je overlegt met de groep wel over de aanpak en over het programma.

 

B.  Je maakt de voorgenomen verandering van het programma bekend.

 

C.  Je laat de groep zelf een nieuw programma samenstellen.

 

D.  Je gebruikt de aanbevelingen die de groep doet, maar stuurt zelf het programma.

 

 

Situatie 5

Twee vrijwilligers willen een dag speciaal koken voor de groep. Ze zijn gek op koken en hebben een zeer uitgebreid menu in petto.

 

A.  Je vraagt hun boodschappenlijst en checkt of die wel volledig is.

 

B.  Koken voor een groep is anders. Je checkt of ze zich dat wel realiseren.

 

C.  Je vraagt welke hulp ze van je nodig hebben en stelt veel vragen.

 

D.  Je aarzelt even en vraagt dan hoeveel budget ze nodig hebben.

 

VRAGENLIJST STIJLEN VAN LEIDINGGEVEN
Situatie 6

De sfeer in de groep lijkt wat af te zwakken en er zit niet veel puf meer in, iedereen lijkt moe. Je moet je vrijwilligers er continu op wijzen om zich aan de afspraken te houden en op tijd klaar te zijn. Eerder die week liep dit allemaal wel goed.

 

A.  Je laat de groep vrijwilligers zelf bepalen wat ze willen doen. Je vertrouwt dat ze de energie weer vinden.

 

B.  Je bespreekt dit in het vrijwilligersoverleg en luistert naar de mening van de vrijwilligers, maar je wilt wel dat het programma doorgaat en dat iedereen toch op tijd komt.

 

C.  Je past het programma en de tijden aan, jij bent immers de reisleider.

 

D.  Je geeft de groep vrijwilligers inspraak bij het bepalen van het programma en de tijden, en als een organisch geheel komt het dan wel goed.

 

 

Situatie 7

Je bent voor de eerste keer reisleider/recreatieleider tijdens een Wielewaalvakantie/kinderthemaweek. Je hoort van een groepje vrijwilligers dat de reisleider/recreatieleider van hun vorige vakantie/kinderthemaweek de touwtjes strak in handen had en dat geleid had tot een goede vakantie/kinderthemaweek voor deelnemers en vrijwilligers. Je wilt een goede vakantie/kinderthemaweek, maar je wilt op een menselijkere manier leiding geven.

 

A.  Je probeert de groep vrijwilligers een gevoel van belangrijkheid te geven en geïnteresseerd te houden.

 

B.  Je benadrukt het belang van een geslaagde vakantie/kinderthemaweek voor deelnemers en vrijwilligers.

 

C.  Je stelt je zo min mogelijk op als de reisleider/recreatieleider maar maakt vooral onderdeel van de groep uit.

 

D.  Je overlegt met de groep vrijwilligers voor bijna alle besluiten, maar besluit op jouw eigen manier voor een goede vakantie/kinderthemaweek voor deelnemers en vrijwilligers.

 

 

VRAGENLIJST STIJLEN VAN LEIDINGGEVEN

Situatie 8

Er is een conflict ontstaan in de groep over de uitstapjes in de vakantie of over de dagthema’s in de kinderthemaweken, waardoor er twee kampen zijn ontstaan. Je overweegt om de structuur in de vakantie/KTW/logeren aan te passen. De groep is de nieuwe structuur niet gewend. De vrijwilligers hebben voorstellen gedaan om het conflict op te heffen en ervoor te zorgen dat het weer één groep wordt. De groep heeft eerder laten zien dat ze creatief is en flexibel genoeg om in een nieuwe situatie van start te gaan.

 

A.  Als reisleider/recreatieleider geef je aan welke veranderingen er plaats gaan vinden.

 

B.   Als reisleider/recreatieleider zorg je ervoor dat de vrijwilligers het eens zijn met jouw veranderingen en je laat vervolgens de vrijwilligers de veranderingen verder vormgeven.

 

C.  Als reisleider/recreatieleider gebruik je de aanbevelingen van de vrijwilligers om de structuur te wijzigen, maar blijft de doorvoering ervan wel zelf sturen.

 

D.  Als reisleider/recreatieleider vermijd je elke discussie en conflict; je laat de vrijwilligers gewoon hun gang gaan.

 

 

Situatie 9

De groep vrijwilligers werkt uitstekend en het onderlinge samenspel is goed. Het gevoel bekruipt je dat je hen misschien te weinig leidt. Hoe reageer jij als reisleider/recreatieleider hierop?

 

A.  Niet twijfelen aan jezelf, het gaat goed, dus je laat de groep vrijwilligers haar gang gaan.

 

B.   Je bespreekt de situatie met de groep vrijwilligers en brengt dan de noodzakelijke wijzigingen op gang.

 

C.  Je neemt maatregelen om je vrijwilligers ertoe te brengen volgens duidelijk omschreven richtlijnen te werken.

 

D.  Je bent ondersteunend door de situatie met de groep vrijwilligers te bespreken, zonder al te veel de boventoon te voeren.

 

 

VRAGENLIJST STIJLEN VAN LEIDINGGEVEN

Situatie 10

Tijdens de vakantie/KTW/logeren heb je er als RAP/RA voor gekozen om een “wensendag” te houden voor de deelnemers. 3 deelnemers willen zwemmen, de andere 5 willen winkelen. Helaas willen je vrijwilligers iets anders, 5 willen zwemmen en jullie als RAP hebben nog geen mening gegeven. Je besluit om dit probleem tijdens het vrijwilligersoverleg te bespreken, hoe ga je dit aanpakken?

 

A.    Je maakt een indeling van vrijwilligers en deelnemers, je overlegt daarbij niet. Zoals de RAP het bedacht heeft, wordt het uitgevoerd.

 

B.     Je vertelt het probleem, laat een hele flap achter met namen van deelnemers en verwacht dat de volgende ochtend de vrijwilligers hebben geregeld dat achter elke naam een naam van een vrijwilliger staat.

 

C.    Je luistert naar alle meningen van de vrijwilligers, bent ondersteunend en adviserend en laat de uiteindelijke koppeling zoveel mogelijk een beslissing worden die gemaakt wordt door de vrijwilligers.

 

D.    Tijdens het overleg hoor je alle meningen, maar stuur je flink bij. Je probeert kwaliteiten te benutten en zo mensen te overtuigen. Uiteindelijk neem je als RAP de beslissing hoe je de koppelingen gaat maken.

 

 

Situatie 11

De vakantie/kinderthemaweek verloopt redelijk, maar het kan beter. De vrijwilligers hebben de hele week hun verantwoording genomen, maar ook niet meer dan dat. Je hebt her en der wat puntjes op de i gezet, om te bewerkstelligen dat er meer actie en dus ook een betere sfeer komt. De vrijwilligers reageren hier op niet positief.

 

A.    Je geeft de groep de mogelijkheid om wat punten bij te schaven, maar je neemt hierin niet het initiatief.

 

B.     Je blijft bij je standpunt en gaat hierin iedereen zorgvuldig begeleiden.

 

C.    Je laat het bij het oude om een conflict te vermijden.

 

D.    Je kijkt naar de negatieve reactie, die neem je ter harte, maar je verliest ook je eigen doel niet uit het oog.

 

 

VRAGENLIJST STIJLEN VAN LEIDINGGEVEN

Situatie 12

Je bent reisleider/recreatieleider van een vakantie/kinderthemaweek. Er is een ervaren groep Wielewaalvrijwilligers.

De groep pakt alle taken goed op, maar iedereen werkt zo’n beetje volgens een eigen plan. Hierdoor is de organisatie wat rommelig.

De samenwerking in de groep is goed.

 

A.  Je geeft bij de vrijwilligers aan dat ze volgens jouw richtlijnen moet gaan werken.

 

B.   Je betrekt de vrijwilligers bij de besluitvorming hoe jullie de vakantie/KTW/logeren verder gaan vormgeven.

 

C.  Je bespreekt de activiteiten van de groep, je benoemt wat goed gaat en bekijkt wat behouden kan worden en wat beter kan.

 

D.  Je laat de groep op de oude voet doorgaan.

 

 

Situatie 13

Je zit op de beruchte woensdag van de vakantie/kinderthemaweek: de dag dat je vaak te maken hebt met een dip: iedereen is moe, irritaties lopen snel op. Je hebt gehoord dat er tussen twee vrijwilligers moeilijkheden zijn ontstaan. De vakantie/KTW/logeren draait verder bijzonder goed: de sfeer is erg goed, het programma top en de deelnemers lopen de hele week al te stralen. Je vrijwilligers zijn sterk gemotiveerd, ook de eerstejaars. Ze hebben de afgelopen dagen in harmonie samengewerkt. Zij weten allemaal goed wat er in deze vakantie/kinderthemaweek moet gebeuren en zijn volledig toegerust voor hun taak.

 

A.  Je bedenkt meteen een oplossing voor de moeilijkheden. Je probeert je oplossing met de vrijwilligers uit en onderzoekt of misschien een andere aanpak nodig is.

 

B.  Je laat het aan de groepsleden over om de zaak zelf op te lossen.

 

C.  Je treedt op om de situatie te corrigeren en bij te sturen. Dit is zonde van de sfeer in de groep en die moet nou niet omslaan.

 

D.  Je mengt je zo nu en dan in de discussies tussen de twee bewuste vrijwilligers en praat ondertussen kort met je andere vrijwilligers.

 

Bijlage Score bij leiderschapstest

 

Instructie ·       Omcirkel je score

·       Tel cirkels per kolom en scoor in de onderste rij

 

 

 

Situatie 1 A C B D
Situatie 2 D A C B
Situatie 3 C A D B
Situatie 4 B D A C
Situatie 5 A C B D
Situatie 6 C B D A
Situatie 7 B D A C
Situatie 8 A C B D
Situatie 9 C B D A
Situatie 10 A D B C
Situatie 11 B D A C
Situatie 12 A C B D
Situatie 13 C A D B
KWADRANT 1 2 3 4
KWADRANT

SCORES